Over Leviathan: een chronisch gebrek aan verlossing

Wanneer het om films gaat, heb ik een lichte voorkeur voor het naakte uitzichtloze. Anders dan bij literatuur, waar ik beslist minder moeite heb met enige vrolijkheid en nuance, of muziek, waarnaar ik voornamelijk luister om te kalmeren (dat dit laatste het best lukt bij Rammstein is weer een ander verhaal) is een film voor mij pas echt geslaagd als ik er een emotionele kater aan overhoud.
Waar die voorkeur vandaan komt? Geen idee.
Regisseurs als Ulrich Seidl, Lars von Trier en Michael Haneke reken ik tot mijn helden en buiten hun oeuvres spreek ik met grote regelmaat enthousiast over The Plague Dogs, Deliverance en Calvaire, van welke ik de laatste twee geïnteresseerden graag aanbeveel onder de noemer ‘varkens neuken’.
Sinds afgelopen vrijdag kan ik het Russische Leviathan aan dit favorietenlijstje toevoegen.
Wat deze films en een groot deel van het werk van de genoemde regisseurs gemeen hebben, is een chronisch gebrek aan verlossing. Niet alleen dat, je wordt als kijker zelfs behoorlijk bestraft voor het hopen op iets dergelijks: in Funny Games van Haneke wordt moeiteloos door de vierde wand gebroken om de kijker te wijzen op zijn eigen verlangens, hypocrisie en medeplichtigheid. In boeken komt een dergelijk moraalmoment vaak ongeloofwaardig over, doordat het lijkt of de schrijver het overneemt van het personage – ‘zo, en nu ga ik even wat zeggen’. In Funny Games, waarover je zou kunt beweren dat Haneke het zelf even overneemt, is de truc even hooghartig als cynisch. Het is effectief.
De films zijn allen stuk voor stuk duidelijk in wat ze de kijker willen overbrengen. Natuurlijk kun je een en ander dubbelzinnig opvatten – zie Antichrist of Dogville van Lars von Trier of Das Weisse Band van Haneke – maar het gevoel, de premisse, is helder. De regisseurs zijn niet te beroerd enige opvattingen over het leven met geweld in je gezicht te smeren en dit van begin tot eind te herhalen – nogmaals, zie Funny Games.
Paradies Liebe van Seidl begint met een tergend lange scène waarin een stel geestelijk onfortuinlijken een rit in de botsautootjes beleeft. Die rit is nogal klinisch en onsmakelijk dichtbij gefilmd, je kijkt naar iets waar je eigenlijk niet naar zou moeten willen kijken – of in ieder geval niet op deze manier, het is even intiem als een masturbatie-scène. Deze setting komt niet letterlijk terug in de film, de film zou prima zonder kunnen, toch is hij belangrijk: hij zet de kijker in de juiste stoel, namelijk die van het fysieke ongemak.
Der Siebente Kontinent, naar mijn idee Haneke’s beste, doet iets soortgelijks. Deze film, over een gezin dat zelfmoord pleegt, begint met een minuten durende scène in een wasstraat. Er gebeurt niets, het gezin zit gewoon met zijn drieën in een auto, en tegelijkertijd gebeurt alles – strikt genomen is het een samenvatting van wat komen gaat, niet letterlijk maar emotioneel. Tegelijkertijd is het een prachtig contrast, zo’n scène waarin iets wordt schoongemaakt terwijl de rest van de film uitsluitend destructie in beeld brengt. De scène in de wasstraat wekt een even desolaat gevoel op bij de kijker als de scène waarin de vader het aquarium sloopt.

Dan Leviathan, een film waarin men al tijdens de eerste minuten aanvoelt dat hier enkel verliezers uit zullen komen. Prachtige shots van een extreem lege omgeving dragen bij aan een gevoel van onrechtvaardigheid, van uitzichtloosheid, van (geestelijke) armoede.
Sterk aan Leviathan vond ik dat het een vrij rechtlijnig verhaal was. Gebeurtenis volgde op gebeurtenis op gebeurtenis tot de film op een gegeven moment afgelopen was. Wanneer je dacht dat het niet erger kon, werd het toch nog een tandje erger. Er was, net als in Der Siebente Kontinent, Calvaire en Paradies Liebe, geen ruimte om een en ander anders te interpreteren. Licht aan het einde van de tunnel was er zeker niet.
Als toetje in Leviathan werd de boodschap nog even als een koude sneeuwbal in het gezicht van de kijker gewreven met een kerkscène die veel langer duurde dan noodzakelijk was. Lag het er dicht bovenop? Ja. Is dat erg? Nee. In een tijd waarin films niet metaforisch, moraal-neutraal of open genoeg kunnen zijn, is het behoorlijk verfrissend.


Der Siebente Kontinent

Meer meninkjes en ideeën over films? Zie hier, hier en hier.

Advertenties

The Reunion

Losse gedachten over The Reunion van Anna Odell.

Anna Odell zoekt iets en ze vindt het niet. Dat is een tragisch gegeven, zeker wanneer je die gedachte verbindt aan het hoofdthema van de film: pesten. The Reunion is opgedeeld in twee delen, het eerste bestaat uit een korte speelfilm waarin Anna een schoolreünie bezoekt. Anna speelt zichzelf, acteurs spelen haar klasgenoten. Wat een gezellig feest moet worden, ontaardt dankzij Anna’s ‘optreden’ in psychologisch geweld zoals je dit alleen van Scandinavische cinema kunt verwachten. Het is een wrange, koude film, de vergelijkingen met Festen zijn bijna te makkelijk gevonden (speeches, iemand?).

In het tweede deel zoekt Anna haar echte klasgenoten van vroeger op: de grootste pestkoppen; de meelopers; de inmiddels volwassen vrouw die haar niet uitnodigde voor de daadwerkelijke reünie. Schokkend is hoe normaal al die mensen zijn, je verwacht monsters en je krijgt je buurvrouw, je vriend, de buschauffeur.
Haast iedereen die Anna spreekt over vroeger ontkent, zwakt af, schuift de schuld af op een ander – als ze al personen te pakken krijgt. Een dieptepunt in deze ontmoeting is die met Henrik, één van de ergste plaaggeesten. Hij geeft te kennen Anna nog steeds raar en oninteressant te vinden, in deze afwijzende houding is hij bovendien onaantastbaar: twintig jaar later wil hij haar nog steeds niet kennen. En Anna blijft maar doorgaan, ver voorbij de grenzen van ongemakkelijkheid.
Je mag het niet zeggen, maar ik kan me best voorstellen dat Anna vroeger werd gepest, dat zij die ene was die iedereen wel in de klas heeft gehad – en niet wilde zijn. Als je tien kinderen op een rij zet, moet je toch een aardige voorspelling kunnen maken, je moet toch vrij vlug kunnen zien wie hier een verhoogd risico met zich meedraagt, wie er zwakker lijkt dan de rest – en zo moet je evengoed al snel kunnen raden wie zich tot de alfa zal ontwikkelen. In de natuur gebruiken ook de jongen geweld, bijten elkaar dood, schoppen elkaar uit het nest, het is survival of the fittest. Als ‘beschaafde’ soort hebben wij het geweld afgeschaft. Of niet?
Ik weet niet of die ontmoetingen echt zijn of gespeeld. Dat doet er ook niet toe. Wat is het dat Anna zocht? Erkenning, vergelding, spijtbetuigingen? Henrik, gespeeld of niet, laat haar de cynische waarheid zien: soms krijg je het gewoon niet. Aan het einde van de film speelt een liedje dat even hysterisch en beschadigd klinkt als dat Anna uit haar ogen kijkt: the war is over. Rest alleen nog de vraag wie hem heeft gewonnen.